![]() |
Blikvangers:
|
Louis Van der Paal, voorzitter van de Raad van Beheer van het Sint-Jozefscollege, ter gelegenheid van het magistermaal op 20 juni 2003.
Eerwaarde Paters, Dames en heren, beste oud-collega’s allemaal, waarde disgenoten, Mijn oudste beklijvende indruk van Arnold Van de Perre : voorjaar '68, ik zit met de symfonie onder de maatstok van Pater Poot zaliger aan de grote vleugel in de imaginaire orkestbak van de oude feestzaal, en voor mij rijst de imposante figuur van een jongeman met een stem als een klok, die zingt : "Ik ben Reppe, Reppe Haas, in dit land ben ik de baas". Betoverd zingt mijn dochter van twee het liedje wekenlang. In het voorjaar van 2003 komt ze recht uit Afrika naar het collegetoneel. Maar Arnold is helaas geen Cyrano. Het liedje deed het in die tijd wel : dertien jaar later was de haas de baas. Haas en baas. Laten we zeggen: daarom niet precies een vlugge haas. Tijdens sneeuwklassen eindigt een overmoedige race op de skipiste tegen een boom. En tijdens het vrijdagse volleybal strandt zijn sportcarrière met een gescheurde achillespees. Maar: " ‘t is nen haas", zeggen ze in Aalst, "t is een slimme rot, een... jonge of oude rot in het vak, met veel ondervinding en vandaar uitgeslapen, slim... Wie hier wat langer vertoeft weet dat hij heel wat oplichtersrollen heeft gespeeld, op het toneel natuurlijk : Reppe, Piéto, Fagin, Poens, Mister Fiever... en die in sommige gevallen schreef voor, ja op zichzelf. Die toneelbekwaamheid kwam ten andere ook in zijn beroepsleven te pas. Is elke goede leraar niet een beetje acteur, wat komedie kunnen spelen komt er in pedagogische situaties wel eens bij kijken, en zelfs tegen een inspecteur met theatrale aanleg, alom gevreesd - we noemen geen namen - is een acteur-directeur beter opgewassen. Is een inspecteur anderzijds toevallig partijgenoot, dan is ook dat meegenomen. Maar ik loop wat vlug van stapel. Keren we terug naar het begin. Arnold was haas noch baas toen hij school liep in het SMI; nadien kwam Sint-Thomas, waar hij zijn eerste pluimen verdient. Hij start daarop in zijn dierbare Faluintjes in de gemeentelijke jongensschool van Baardegem. Als Etienne Bracke in 1967 naar het leger moet, komt Arnold hier in het eerste leerjaar terecht. Dat duurt niet lang. Als Jef Van de Maele directeur wordt, neemt hij diens plaats in in het zesde leerjaar. Daar verdient hij de reputatie van een didactisch en pedagogisch sterk onderwijzer, en gezien zijn vele kwaliteiten ligt het voor de hand dat hij in 1981 opnieuw Jef Van de Maele volgt, in de directeursstoel. Een jonge directeur, die dat 22 jaar zal blijven, zijn collega’s in de humaniora in jaren ver overvleugelend, alleen door collega Raymond geëvenaard. Een beeld schetsen van al die jaren is onbegonnen werk. Er is de factor tijd. Als onderwijzer wortelt hij nog in dit gebouw, waar paters en leken elkaar voor de voet liepen, toen er naast de directeur nog een ‘kleine prefect' bestond naar wie men best ook luisterde. Wat een stap naar dit ICT-tijdperk, waar men in het LOP "lege dozen opblaast" (dixit Arnold maandag laatstleden) en straks in scholengemeenschappen stapt. Ondertussen veranderde de wiskunde of werd ze weer wat ze was, kwamen er om de haverklap nieuwe leerplannen en handboeken en bovenop de eindtermen. Dan komt het erop aan wijs te zijn, in al die vernieuwing ook de traditie trouw te blijven, het kaf van het koren te scheiden. Arnold had oog voor de vernieuwingen, verdiepte er zich in, assimileerde wat waardevol was en weerde pedagogische modegrillen. In al die evolutie ontpopte hij zich als een leidsman die zijn medewerkers wist te behoeden voor dwaalwegen en te motiveren voor waardevolle vernieuwing. Hij bood aan elk van zijn onderwijzers en onderwijzeressen pedagogische en didactische ruimte, maar poneerde ook zijn eigen visie. Nieuwe collega's wist hij met raad en daad te sturen. Opvallend hoe zijn mensen hun bezorgdheid hebben geuit om bij de directeurswissel dat gezonde evenwicht tussen sturen en vrijlaten, tussen meelopen en afstand houden niet te laten verloren gaan. Maar de grote bezorgdheid van Arnold ging ook en vooral naar de uiteraard jonge leerlingen. In de lijn van ons opvoedingsproject wilde hij de hele jonge mens vormen. En wie aan Jantje Latijn wil leren, moet Jantje kennen : voor een onderwijzer is dat laatste niet zo moeilijk gezien het dagelijks contact, voor de directeur niet zo eenvoudig. Hij was de promotor van het leerlingvolgsysteem waardoor hij ook formeel een greep kreeg op de grote leerlingengroep, als aanvulling van zijn talloze dagelijkse directe contacten. Zijn ‘leerlingenparlement’, waarvoor hij ook buiten de school erkenning kreeg, was een ander gestructureerd middel om contact en inspraak te stimuleren. Het modewoord "participatie op school" hoefde voor hem niet meer uitgevonden. De hele jonge mens vormen betekent ook : zijn vele sluimerende creatieve krachten wekken. De grote hefboom was hier zeker het tweejaarlijkse toneel, vaak door hemzelf geschreven (weliswaar soms elders eerst uitgeprobeerd!) en dan hier geregisseerd: uren werk - tot en met het zelf hanteren van de verfborstel naar men vertelt - en organisatie, die resulteerden in prachtige producties, waar de pedagogische inslag niet ver te zoeken was en die de actuele jeugdproblematiek niet schuwden. Denken we maar aan Mister Fiever. Maar deze hoogtepunten waren geen eenzame pieken: andere initiatieven het hele jaar door vulden dit op: het boek van de maand, Jonger Leven, het Krokusgebeuren, het welsprekendheidstornooi, mediatheek, schaaktornooi, computerklas, bos- en sneeuwklassen, de sport in haar vele facetten... Een dimensie die vroeger zeker latent aanwezig was, maar vooral de laatste jaren explicieter aan bod kwam is Arnolds sociale bekommernis. Er bestaan hier en elders heel zeker scholen die zich meer ‘in het hart van de massa’ bevinden dan de onze, maar vooral in een lagere school dringt de soms rauwe realiteit van onze maatschappij onvermijdelijk door. Arnold heeft daar altijd oog en hart voor gehad. Door zijn inzet in het Aalsterse OCMW is die gevoeligheid nog aangescherpt. Zijn initiatief van de vrijwillige sociale bijdrage in het kader van de actie "Schulden op school" zal zijn bekommernis op dit vlak actueel houden. Het tekent Arnold ook dat hij, ondanks zijn werk "in 't stad", zijn lokale dorpsleven trouw is gebleven, als actief lid in allerhande organisaties als Heemkundige Kring en Pikkeling. Eén titel was ik haast vergeten maar kunnen we hem postuum althans met een gerust geweten toekennen : die van pionier van het Aalsters vrij 'gemengd" lager onderwijs. Honni soit qui mal y pense... In zijn vele activiteiten kon hij beschikken over de gave van het woord. Hij weet die gave te gebruiken. Is hij er niet in geslaagd daarmee het decennia-oude probleem van zijn speelplaats op te lossen, hij kon er althans de moeders mee troosten die kwamen klagen over malheuren en vuile kleren. En ondertussen is het project toch op de wachtlijst voor subsidies geraakt. Arnold, nu er dezer dagen een deur achter u dichtgaat, wensen we u een bruisend derde leven toe. Er zijn er die fluisteren dat het champignons-kweken of vissen in Meldert-vijver wordt. Maar "plus est en vous'. We zien u nog op het politieke forum, in het culturele leven, in de vele naschoolse activiteiten van uw college verschijnen. Geniet in elk geval van de gewonnen vrijheid met volle teugen! Arnold, heel oprecht wil ik u namens het bestuur van het college, namens uw collega’s directeurs en namens alle hier aanwezige en afwezige personeelsleden en oudgedienden danken voor al die jaren ongelimiteerde en onbaatzuchtige inzet voor het college, voor de warme collegialiteit en voor de ongeveinsde hartelijkheid in de dagelijkse omgang. Ik wil in deze dank ook uitdrukkelijk mevrouw Van de Perre betrekken. Zij stond vooral ten dienste bij de grote toneelevenementen; maar ook bij vele andere gelegenheden was ze op de juiste ogenblikken present; en dit ondanks een voltijdse taak in een naburige school, vroeger zouden we gezegd hebben "van de concurrentie". Vanuit haar ervaring daar kon zij haar man thuis confronteren met de dagelijkse situaties op de werkvloer. Dat betekende zeker vaak een steun en een richtsnoer. Mevrouw Van de Perre : dank voor uw bescheiden maar kostbare bijdrage tot het welzijn van het Sint-Jozefscollege. Het ga jullie beiden, samen met jullie grote dochters, al de volgende jaren heel goed!
|