arnold_top
 

Blikvangers:

wijkbabbel CD&V
Meldert - 30 januari 2009
klik hier

afscheid van de gemeenteraad
december 2000
klik hier

Faluintjeswandeling in de echte Faluintjes. Je kan de pdf-file downloaden
(770 Kb)
Klik hier

In memoriam Willy Bosteels
klik hier

Arnold schrijft boek
"De Grote O"
Lees hier meer

NIEUW!!!!!
Lees hier het BaMeMo - huis-aan-huisblad januari 2009

 

Dankwoord van Arnold op 20 juni 2003

Eerwaarde Paters, Collega’s, dames en heren …

Dank u wel voor al die mooie woorden. Tegen dit moment heb ik altijd een beetje opgekeken omdat afscheid nemen altijd moeilijk en een beetje pijnlijk is. Al heel wat collega’s heb ik in deze ruimte weten op rust gaan; maar ja, je begint met een zee van tijd en die pensionering ligt zo ver weg. Ja … nu ben ik zover. Verwacht hier van mij geen show, geen toneelspel, zeker geen komedie. Ik ben daarvoor niet zo in de stemming...

Het is vooral met een gevoel van dankbaarheid dat ik terugblik op die vele jaren; 36 jaar waarvan 22 jaar als directeur. Onze samenleving is gedurende die tijd ten gronde veranderd. Ik waarschijnlijk ook. Of de samenleving ook verbeterd is laat ik in het midden; ik wil niet klinken als ‘vroeger-was-het-beter-gezeur’.

De jaren zijn voorbij gevlogen omdat ik hier graag was. Het steekt me hier ook niet tegen, maar ik denk dat ik beter weg ga als het nog tamelijk goed gaat met mezelf en met de school.

Een karrenvracht anekdotes zou ik kunnen vertellen, maar ik vraag me af of dat nog veel mensen gaat interesseren; ik hoorde immers dat de laatste tien jaar zowat de helft van het personeel is veranderd. Toch eventjes maar …Ik stond in de gemeenteschool van Baardegem toen Pater Raes en Jef Van de Maele me daar vanuit hun auto kwamen observeren om te zien hoe ik met mijn leerlingen naar buiten kwam en met hen omging. Ze waren op zoek naar iemand voor het eerste leerjaar die bovendien nog toneelspelen kon, zo heb ik achteraf vernomen.

De laatste dagen van augustus van 1967 kreeg ik het eerste zelf geschreven toneelstuk van Jef in handen: "Reppe". Na de schola brevis troonden Jef en Pater Poot me mee naar de feestzaal. Daar beklom ik voor de eerste keer de scène van het college, Pater Poot nam plaats achter het indrukwekkend klavier dat nu in de Taeymanszaal prijkt; hij bekeek me, trok zo een rare knipoog en ik knipoogde dapper terug om te laten blijken dat ik er klaar voor was; tevens zag ik dat Jef Van de Maele zich omdraaide en zijn lach verstopte.

Al vlug besefte ik dat ik daar mijn eerste bok had geschoten. Dat schooljaar startte ik in het eerste leerjaar met 36 leerlingen in de Klapstraat waar collegekok Corneel Stockx mijn naaste buur was die iedere morgen in de winter trouw mijn mazoutkachel kwam aansteken. Dat was al een hele verbetering want in Baardegem moest ik mijn kolenkachel zelf aanvuren.

Het was een prachtige tijd; we zaten daar een beetje afgezonderd en we zagen en hoorden de directeur van ver afkomen wegens het schurend scharniertje van het Klapstraatpoortje.Ter vervanging van meneer Van de Maele, die ad interim directeur werd, moest ik het schooljaar nadien het zesde leerjaar B onderwijzen, ook 32 leerlingen vooral West-Vlaamse internen; in die klas zaten o.a. Jos Tilley, Lieven Van Eeckhoudt, Jan Van Themsche, Bart Stassijns en Pieter De Koster… Het was een zeer verstandige klas: Jos, nu leraar Germaanse op het college, was de eerste. Ik zat daar tussen twee vuren; aan de ene kant Pater Prefect De Clercq van de humaniora en aan de andere kant Pater Prefect Raes van de voorbereidende.

Op een dag hoorde ik een hevige discussie in de gang en ging eens kijken wat er aan de hand was. Het was de dag waarop de studenten hun honderd dagen vierden. Volgens Pater Raes stond de micro veel te luid en volgens Pater De Clercq was dit een minimum. Beiden bleven op hun standpunt en toen kwam die vervelende vraag van Pater Raes: "En, meneer Van de Perre, wat denkt gij daar nu van?"; om in de grond te zinken … Een mens moet in zijn leven al eens schipperen, maar toen heb ik ongetwijfeld de limieten van de schipperkunst bereikt. In gelijkaardige omstandigheden ben ik nadien wijselijk in mijn klas gebleven. Mijn meest gelukzalige lesuur tussen de twee prefecturen was vrijdagnamiddag het laatste lesuur, niet alleen omdat dit het laatste uur van de week was, maar vooral omdat ik dan zangles gaf.

Ik maakte de leerlingen altijd wijs dat de twee Paters Prefecten uiterst muzikaal waren en dat ze hielden van stevig doorzingen. Die mannen zongen de ziel uit hun lijf en noeste arbeid was aan beide kanten waarschijnlijk onmogelijk. Ze hebben er nooit commentaar op gegeven. Het was een heerlijke tijd met fantastische collega’s: Jef Van der Speeten, Marcel De Backer en Jan Van den Borre. Sommige leerlingen dachten dat 'Van der Speeten' een bijnaam was en dan zegden ze: " Meneer De Spaat heeft gezegd dat ….".Het was geen aprilgrap, maar op woensdag 1 april 1981, kwam Pater Rector Janssen me melden dat de Raad van Bestuur me had aangesteld tot directeur.

Na de nodige felicitaties en wensen voor een vruchtbare carrière zei hij: "Arnold, veel goede moed en denk eraan, we zullen je altijd blijven verdedigen ook als je al eens verkeerd bent." Zo’n bemoedigende ruggensteun is goud waard. Van in het begin heb ik hier de openheid, de ruimte, de zuurstof, de uitdagingen gekregen om goed te kunnen functioneren. Om het met een pedagogische term te zeggen: mijn welbevinden was groot. Soms stond ik wel voor onverwachte gebeurtenissen, zware ongelukken van leerlingen, ja, zelfs drama’s die een mens aanvreten. Ik denk aan het overlijden na een hersenbloeding en dagenlange coma van David De Cock in 1988, een leerling uit het 5de leerjaar.

Ik denk aan de Delhaize-overval op 9 november 1985 die acht mensenlevens kostte en waar enkele van onze leerlingen bij betrokken waren. Paul Cami belde me op om te zeggen dat zoon Jo op het nippertje was ontsnapt, maar dat David Van den Steen ernstig getroffen was. Ik nam contact op met de B.O.B. en mocht David gaan bezoeken. Voor zijn kamer stonden twee zwaar gewapende agenten en in zijn kamer zaten aan het ziekbed zijn grootouders, meneer en mevrouw Van den Abiel. Hun dochter, schoonzoon en kleinkind, de zus van David, waren bij de acht slachtoffers en toch zaten ze David moed in te spreken en brachten hem aan het lachen. Daar heb ik ervaren dat er heel sterke mensen bestaan.

Ik wil mijn opvolger de daver niet op het lijf jagen, maar het kan gebeuren. Het is een boeiende maar soms moeilijke opdracht. Op mijn bureau hangt al jaren een strip bestaande uit drie plaatjes over Hagar de Verschrikkelijke. Op het eerste plaatje zit hij hoog boven de wolken op de scherpe punt van een berg en hij zegt: "Het is bijzonder eenzaam aan de top". Op het tweede plaatje zit hij voor zich uit te staren, maar zegt niets. Op het derde plaatje zegt hij: "En wreed ongemakkelijk ook."

Ik dank diegenen die me af en toe vanaf die top doorheen de wolken opnieuw naar beneden haalden. Met veel genoegen denk ik terug aan de goede verstandhouding met Raymond en Johan en mijn collega’s uit de andere jezuïetencolleges. Met de Paters en met de directies van de humaniora was het altijd aangenaam samenwerken. Ik dank de collega’s die hun kinderen bij ons naar school stuurden. Ik dank het personeel, de receptioniste, het economaat, het secretariaat, de prefectuur, het CLB; kortom iedereen die mij het werken gemakkelijker maakte.

Ik mag zeker Frans Van der Heyden niet vergeten die een speciaal boontje voor de lagere school had . Het is evident dat ik vooral mijn leerkrachten dank en waardeer voor al hun ijver en inzet; ik weet dat het een goed team is waarop ik fier kon zijn. Als puntje bij paaltje kwam trokken we aan één zeel en verdedigden mekaar door dik en dun. Wij bieden een breed gamma aan van leerstof, cultuur, sport en sociale activiteiten waarin alle leerlingen zo veel mogelijk aan hun trekken komen. De leraarszaal laten we regelmatig daveren van het lachen.

Mijn secretaresse is zowel mijn rechter als mijn linker hand; zij beheert haar dossiers uitstekend; zij zorgt voor de bloemen, de snoepjes, de koffiekoeken …. en durft ons al eens goed beetnemen. Zij weet, ziet en hoort veel, maar is tevens heel discreet. Ik kon tegen haar klagen en zagen en zij luisterde altijd heel geduldig. Ze moet dikwijls gedacht hebben: Wat is hij weer aan ’t kreften! Zij is één en al bekommernis en sterk betrokken bij het schoolgebeuren. Zoals Godelieve is er maar één!

Ik dank tenslotte mijn vrouw en twee dochters. Ik ben er me van bewust dat het voor mijn vrouw ook niet altijd gemakkelijk was. Zij diende eveneens als klaagmuur en was altijd bereid om voor het college mee in te springen. In mijn jongere jaren speelde ik twee tot drie toneelstukken per jaar. Ik had veel avondvergaderingen met 'navergaderingen'.

Over die avondvergaderingen heb ik me dikwijls beklaagd, ik geef nu toe, Jeannine, het was dikwijls met mijn volle goesting, zeker als het oudercomité was, die sympathieke babbelaars. Ik zong in een zangkoor, ben bestuurslid van de Heemkundige Kring De Faluintjes en op het laatste sukkelde ik dan nog in de politiek en dat is pas gezellig. Het zal voor u nu ook wat rustiger worden.

Mijn opvolger wens ik het allerbeste toe; dit betekent: veel steun van de leerkrachten en van het schoolbestuur. Ik hoop voor hem en de leerkrachten dat er eindelijk eens wat meer rust komt in het onderwijs; dat de nieuwe borstels niet te hardnekkig vegen en te veel stof doen opwaaien; dat de minister niet te veel nieuwe decreten en ideeën uit haar verwarde hoed tovert en dat zij het vrij onderwijs vrij laat zijn.

Ik ga nu op rust. De verhouding tussen uren werk en loon zal voortaan veel gunstiger liggen. Afscheid nemen is loskomen, opnieuw groeien en met een mild heimwee dank je zeggen voor de mooie tijd. Ik zeg dan ook voor het laatst: Collega’s, dames en heren, het was me een waar genoegen. Dank u wel.